Theoretisch kader: hermeneutiek & narratieve psychologie
(Zie blog Casus Mark: snelheid, symboliek en morele ervaring in psychotherapie)
Beschrijving en distantie
Bij aanmelding presenteert Mark (42) zijn verkeersongeval in feitelijke termen: “Ik reed te hard, verloor de controle en toen was er de klap.” Zijn taalgebruik is beschrijvend en afstandelijk. Hermeneutisch gezien bevindt Mark zich hier op het niveau van registratie: hij vertelt wat er gebeurde, zonder toegang tot de beleefde betekenis. We zien een foto van een botsing op de aarde. Dit zijn feiten die niet ontkent kunnen worden.
Volgens de hermeneutiek zijn feiten nooit betekenisloos, maar worden zij pas verstaan binnen een narratief kader. In deze vroege fase van therapie is het verhaal nog gesloten en defensief: het beschermt tegen affect en morele betrokkenheid. De therapeut sluit hier niet corrigerend op aan, maar laat het verhaal bestaan zoals het verteld wordt, om de narratieve ruimte niet voortijdig te vernauwen.
2. Van feit naar ervaring
Theoretisch kader: fenomenologie (belichaamde ervaring)
De therapeut verschuift de aandacht van “wat” er gebeurde naar “hoe” het gebeurde. Wanneer Mark zegt: “Ik voelde me als een poema op jacht,” verandert de aard van het verhaal fundamenteel. Het werkwoord rijden krijgt een kwalitatieve, belichaamde dimensie.
Fenomenologisch, in de lijn van Maurice Merleau-Ponty, wordt hier zichtbaar dat handelen altijd belichaamd en intentioneel is. Het lichaam is geen object dat iets uitvoert, maar het medium waardoor de wereld wordt ervaren. De metafoor van de poema drukt een specifieke wijze van in-de-wereld-zijn uit: alert, gefocust, gespannen, krachtig.
De therapeut nodigt Mark uit deze ervaring te beschrijven zonder analyse of verklaring. Hierdoor ontstaat toegang tot affect (euforie, vernauwing, onrust) vóór cognitieve duiding. Dit is kenmerkend voor een fenomenologische houding in therapie.
Niet verklaren in oorzaak en gevolg, een één dimensionale benadering, een benadering vanuit het ik, zoals Descartes, van uit het denken, ik denk dus ik ben, terwijl je geen idee hebt waar hij is. Eerst komt het ik en dan komt denken.
Hier gaat het om fenomenologie. Wat wordt er ervaren.
3. Symboliek en meervoudige betekenis
Theoretisch kader: hermeneutiek en psychodynamisch denken
Eerst komt het ik en wat ervaart het ik. “ik voel me als een poema die sierlijk beweegt en op jacht is.” Hier wordt getoond hoe het lichaam van Mark zich beweegt.
De therapeut ziet voor zich hoe Mark rijdt: krachtig, gecontroleerden vitaal. Mark beschrijft het gevoel als gefocust, soepel en machtig.
De therapeut vraagt wat het symbool van de poema voor Mark betekent.
Mark associeert dit beeld met onafhankelijkheid, overleven en controle.
De therapeut ziet hoe Mark spanning reguleert. Voor Mark wordt duidelijk dat hij niet anders dan zo dingen kan ervaren: “hij kan niet stoppen.” Er ontstaan nieuwe betekenissen van het gedrag. Zowel euforie als angst. Mark begint oog te krijgen voor de context
Psychodynamisch kan dit worden begrepen als spanning tussen driften (kracht, expansie) en afweer (vluchten voor angst of onmacht). Het handelen fungeert als enactment: een onbewust conflict wordt in gedrag uitgedrukt in plaats van verwoord of beschreven.
De therapeut kiest er bewust voor deze betekenissen niet te reduceren tot één verklaring. Daarmee wordt voorkomen dat het symbool zijn openheid verliest. Betekenis blijft hier een proces, geen conclusie.
De therapeut bevestigt dat gedrag altijd binnen een context plaats vindt en een relatie veronderstelt.
4. morele ervaring en verantwoordelijkheid
Theoretisch kader: relationele ethiek(Levinas)
Wanneer Mark zegt: “Ik had iemand kunnen doden,” verschuift de therapie van zelfbeleving naar morele ervaring. Zijn toon verandert, het tempo vertraagt en schaamte wordt voelbaar. Dit moment markeert een ethische breuk: het handelen wordt niet langer alleen subjectief beleefd,
maar relationeel verstaan.
In het denken van Emmanuel Levinas ontstaat betekenis in de ontmoeting met de ander. Het gelaat van de ander roept verantwoordelijkheid op, voorafgaand aan oordeel of schuld. In therapie vertaalt zich dit naar een houding waarin de therapeut de ernst van het besef
erkent zonder te moraliseren.
De therapeut fungeert hier als dragende ander, die helpt deze morele ervaring te verdragen. Dit voorkomt dat verantwoordelijkheid omslaat in verlammende schuld of defensieve ontkenning.
5. Integratie en verandering
Theoretisch kader: existentieel-relationeel en lichaamsgericht
In de integratiefase leert Mark signalen van versnelling in zijn lichaam herkennen. Betekenissen veranderen: “doorduwen” maakt plaats voor “afstemmen”, “vertragen” en “begrenzen”.
Deze woorden zijn niet louter cognitieve constructies, maar worden belichaamd geoefend in tempo, ademhaling en contact.
Existentiële therapie beschouwt dit als een herpositionering ten opzichte van vrijheid en verantwoordelijkheid. Mark leert dat keuzevrijheid niet samenvalt met grenzeloosheid, maar met het kunnen dragen van consequenties. Relationeel gezien ontstaat een nieuw zelfverhaal, waarin
kracht en zorg niet langer tegenover elkaar staan.
Het symbool van de poema verdwijnt niet, maar transformeert: van jagen naar waarnemen. Dit duidt op integratie in plaats van symptoomreductie.
6. Reflectie
Theoretische synthese.
Deze casus laat zien hoe werkwoorden functioneren als feiten. Ze beschrijven wat er gebeurt. Rijden, verliezen en zijn. Fenomenologie maakt de belichaamde kwaliteit van handelen zichtbaar, hermeneutiek houdt betekenis open en relationele ethiek verankert het proces in verantwoordelijkheid en ontmoeting. "Hoe zijn wij."
Psychotherapie wordt zo geen techniek om gedrag te corrigeren, maar een ruimte waarin betekenis ontstaat in relatie.
Werkwoorden en symbolen blijken daarbij geen taalversiering, maar de werkwoorden zijn fundamentele dragers van het zijn en de symbolen van ervaring en betekenis. Eerst is er een plek op aarde, vervo lgens wordt er een foto of spiegelbeeld of vogel view getoond. Vervolgens gaan we ons afvragen wat is er aan de hand. Er heeft een gebeurtenis plaats gevonden die om een verklaring vraagt. Deze verklaring kunnen we via ons denken reconstrueren, een lineaire verklaring, maar we kunnen de betekenis ook via ervaring op ons laten inwerken. Welke bewegingen hebben zich voltrokken en wat was de betekenis van deze beweging.
Er ontstaat een ontmoeting.
Uitnodiging
Zelf werk ik als volgt. Er is een krachtenveld waarin Mark zich bevindt. Namelijk de werkwoorden: rijden, verliezen en zijn. Dit krachten veld laat ik in matjes op de grond neerleggen ten opzichte van een matje voor zelf. Vervolgens vraag ik miniaturen te kiezen voor zelf en de werkwoorden en die op het betreffende matje te leggen. Voor rijden kiest Mark een poema die sierlijk door
de ruimte beweegt op jacht.
Hoewel hiermee zeker niet alles is gezegd, heeft het toevoegen van symbolen aan de matjes op de grond, mijn werk vernieuwd. (zie blog hoe breng je beweging in therapie) Therapieën lopen veel beter.
Graag zou ik collega’s ontmoeten die het leuk vinden om te reflecteren op deze werkwijze, waarin context, handelen en betekenis centraal staan.
Mail me als je belangstelling hebt dan organiseer ik een bijeenkomst met belangstellenden.
Carolien Entrop - Rooseveltlaan 205 -1079ARAmsterdam - e:carolien.entrop@kpnmail.nl
w. trauma-therapie-amsterdam.nl - m. 0629002671