Terug naar site

Beschrijving of relatie: over

context, werkwoorden en betekenis

Betekenis vanuit context

Betekenis ontstaat altijd binnen een context en is fundamenteel relationeel. Zij verwijst niet alleen naar wat er gebeurt, maar vooral naar hoe iets zich verhoudt tot iets anders of tot iemand anders. Betekenis ontstaat niet los van ons, maar in onze betrokkenheid bij wat zich voordoet.

Stel dat er plotseling een harde knal klinkt. Het eerste wat gebeurt, is dat ons lichaam schrikt. We laten los waar we mee bezig zijn en oriënteren ons op het geluid. Ons lichaam draait zich in de richting van waar het vandaan komt. Pas daarna worden we ons bewust wat er aan de hand is. We proberen de situatie te overzien en te beoordelen. We willen controle krijgen en weten wat we moeten doen.

Wanneer het tot ons doordringt wat er gebeurt, volgt het voelen: is dit prettig of onprettig, veilig of bedreigend? Dan komt de vraag: wat moet ik doen? We denken na over mogelijke handelingsopties. We komen wel of niet in beweging:, gaan door met waar we mee bezig waren, blijven twijfelen of komen daadwerkelijk in actie. Vaak verloopt dit proces ook grotendeels onbewust. Pas achteraf reflecteren we expliciet op wat we hebben gedaan en waarom.

Over deze beweging merkt de filosoof Emmanuel Levinas op dat het gelaat van de ander ons raakt en een beroep doet op onze verantwoordelijkheid. Een werkelijk goed gesprek gaat dan ook over de vraag hoe wij ons hebben laten raken door wat zich buiten ons afspeelt, en welke houding wij daarbij hebben ingenomen.

Betekenis en relatie

De beroemde uitspraak van René Descartes – ‘ik denk, dus ik ben’ – maakt het bestaan van een denkend subject zichtbaar, maar zegt weinig over de plaats, de context of de relatie waarin dat denken zich voltrekt. Juist in die relatie ontstaat betekenis. Voor Descartes lijkt die relationele inbedding nauwelijks relevant. Of hij zich op aarde, op de maan of tegenover een ander bevindt, maakt voor zijn denken weinig verschil. Ook het motief van handelen blijft buiten beeld. Tijd, plaats en ruimte zijn niet wezenlijk opgenomen in zijn filosofie. Voor veel verlichtingsdenkers geldt een vergelijkbare benadering: denken in termen van oorzaak en gevolg, los van
concrete situering.

Tegelijkertijd maakt Descartes wel duidelijk dat er een autonoom subject is dat denkt. Het ‘ik’ gaat vooraf aan het denken en dit geeft een gevoel van vrijheid.

Betekenis laat zich echter niet alleen begrijpen via denken, maar ook ervaren als werking of kwaliteit. Iets kan gespannen, zwaar, licht, traag, vluchtig, koud of warm aanvoelen. Dit is iets anders dan nadenken over betekenis of het beschrijven vanuit een abstract standpunt. Er is wel een ‘ik’ dat denkt, maar geen neutraal perspectief. Het autonome subject
ervaart, reageert en wordt geraakt.

Wanneer betekenis vanuit context wordt benaderd, ontstaat er vanzelf een relatie. Als observator heb ik er een gevoel bij. Wanneer ik hoor over een poema die sierlijk en snel rent, begrijp ik niet alleen de beweging, maar ook het motief en de kracht die daarin besloten liggen.

Context, snelheid en symboliek

Neem het voorbeeld van te hard rijden en een ongeluk veroorzaken. De vraag:: ‘wat maakte dat je zo hard reed?’ kan ruimte openen voor ontmoeting en reflectie. Het gesprek gaat dan niet alleen over het feit van te hard rijden, maar over de context waarin dit gebeurde.

Misschien blijkt iemand in shock te zijn en is het eerst nodig om te vertragen, gerust te stellen en ruimte te creëren. Er moet tijd zijn om op adem te komen en opnieuw contact te maken met het lichaam. Pas daarna kan het verhaal volgen: over een gevoel van vrijheid, kracht of sierlijkheid.

Een ander verhaal kan zijn dat iemand zich opgejaagd of achtervolgd voelde door de politie. Op basis van dezelfde feiten verschijnt dan een totaal ander beeld van de persoon.

Deze ervaringen zijn herkenbaar. Vrijwel iedereen kent momenten van ongemerkt te hard rijden en gas terugnemen of gevoelens van onrust in een onveilige omgeving. Spanning en ontspanning zijn universele lichamelijke ervaringen.

Betekenis is daarom geen eenmalige handeling, maar een voortdurend proces. Zij is geen losse gedachte, maar een manier van in relatie staan tot de wereld en tot anderen. In dat verband wijst Levinas opnieuw op het belang van het gelaat van de ander, dat ons aanspreekt, raakt en
verantwoordelijkheid oproept.

Wanneer iemand een ongeluk veroorzaakt, ontstaat vaak een moment van bewustwording. Men wordt zich bewust van het eigen handelen, van de snelheid, van euforie of juist angst die daarbij een rol speelde. In dat moment komt ook de eigen houding in beeld.

Werken met werkwoorden en symbolen

Vanuit dit perspectief is het werken met werkwoorden en symbolen betekenisvol. Zij maken niet alleen zichtbaar wat er gebeurt – de context en de feiten – maar ook hoe dit gebeurt. Een ongeluk laat zien via werkwoorden wat het krachten veld is. “Ik reed te hard en verloor de controle over het stuur en toen was er een klap.” Het krachtenveld bestaat uit de werkwoorden rijden, verliezen en zijn. Dit zijn de feiten. Dit is de context.

Symbolen laten zien wat aan deze feiten vooraf ging: het motief, de kwaliteit van het handelen en de ethische betrokkenheid. Betekenis is hier geen constructie of louter zoeken naar oorzaken, maar iets wat zich voltrekt in handelen, waarnemen en reageren.

Dit betekent niet dat oorzaak-gevolg denken soms nu tteloos is, maar er wordt weinig geleerd van het gebeurde. straf naar aanleiding van een overtreding leidt niet automatisch dat overtredingen niet meer voorkomen. Handelen is geen rechtlijnig proces van oorzaak en effect.

Handelen drukt altijd een kwaliteit, een motief en een ethische betrokkenheid uit. Het heeft een focus en een richting. Het is ergens op betrokken en wordt ergens door geraakt. Juist daarin opent zich ruimte voor verdieping in professionele praktijken waarin betekenis, verantwoordelijkheid en relatie centraal staan.

De feiten zijn plaatsbaar op aarde – we leven nu eenmaal hier en niet in de ruimte. Ze zijn zichtbaar, werkwoorden laten het krachtenveld van het ongeluk zien.
Maar de symbolen laten zien wat het handelen betekent: het motief, de houding en de ethische betrokkenheid die erin besloten liggen.